Reizen laat ons steeds weer zien hoe oneindig rijk de wereld is. Een manifest.
Het is vier uur ’s nachts en ik zit in een café in Praag. De barman veegt glazen af met de vermoeide traagheid van iemand die dit al duizend keer eerder heeft gedaan en niets anders te doen heeft. Om me heen zitten drie volslagen vreemden, een meisje uit IJsland, een Braziliaan en een Zwitser. Naarmate de nacht vordert, zijn we stiller geworden. De kroeg sluit over twintig minuten. Mijn trein vertrekt over twee uur. Maar ik wil nergens heen.
Sommige mensen reizen om ergens te komen. Ik reis om in beweging te blijven, niet om te ontsnappen, maar om steeds weer wakker te worden op een plek waar alles nieuw is. Ik geef het toe, ik ben verslaafd.
Nieuwe geuren sluipen door mijn raam naar binnen.
Vreemde geluiden maken me wakker.
Onbekende gezichten glimlachen naar me.
Het is een honger die zich voedt met alles wat hij krijgt.
Hoe meer je proeft, hoe meer je wilt proeven.
Er is iets fundamenteel anders aan wakker worden in een bed dat niet van jou is. De lakens ruiken naar een wasmiddel dat je niet herkent, het matras voelt anders aan onder je rug, het licht valt vanuit een hoek waaraan je ogen nog moeten wennen
Even weet je lichaam niet waar het is, en in die paar seconden van verwarring gebeurt er iets magisch: je bent nieuw. Onbeschreven. Zonder de gewoontes en verwachtingen die je thuis als een oude huid om je heen hebben.
Dat is waar de verslaving begint.
Reizen belooft ons de kans om opnieuw te beginnen, om een versie van onszelf te ontdekken die we nog nooit eerder zijn geweest. Thuis ben je degene die altijd dezelfde koffie drinkt, dezelfde route naar het werk neemt, dezelfde gesprekken voert. Onderweg kun je plotseling iemand zijn die alleen reist, die ja zegt tegen uitnodigingen van vreemden, die het hele weekend danst zonder zich zorgen te maken over maandagochtend.
Zand dat nog warm is van gisteren kruimelt tussen je tenen terwijl de zee dingen fluistert die je niet begrijpt. De geur van versgebakken brood zweeft door smalle straatjes, zo vroeg dat alleen bakkers en laatkomers het kunnen ruiken. Het is een fles wijn van twee euro, goedkoop maar vol van de regio, gedeeld met mensen wier namen je morgen weer bent vergeten, maar wier verhalen je voor altijd bijblijven.
✈︎
De zoetheid van tomaten die nog warm zijn van de zon, geplukt van een plant die je niet zelf hebt geplant, in een tuin die niet van jou is. De geur van lavendel die ’s avonds opstijgt uit velden die je nooit meer zult zien. Het geluid van een taal die je niet spreekt, maar waarvan de melodie je bekend voorkomt, alsof je die in een vorig leven hebt gehoord. Koffie die zo sterk is dat je tanden ervan gaan pijn doen, geserveerd in kopjes die zo klein zijn dat je ze in één teug leegdrinkt, terwijl oude mannen naar je knikken alsof ze precies weten wie je bent.
Dit zijn geen momenten die je plant. Dit zijn momenten die je vinden, die zich aan je vastklampen en je niet meer loslaten, zelfs jaren later, wanneer je weer thuis bent en probeert uit te leggen waarom die ene middag in een wegrestaurant in the middle of nowhere je meer heeft geraakt dan alle musea bij elkaar.
Onderweg zijn betekent dat tijd anders werkt. Dineren om middernacht omdat een gesprek niet kon worden gestopt. Ontbijten om 12 uur ’s middags omdat niemand haast heeft. Slapen wanneer je moe bent, niet wanneer de klok dat aangeeft. Het is bij zonsopgang naar huis strompelen, schoenen in je hand, een glimlach die je niet van je gezicht kunt vegen. Het is bij zonsondergang uit bed rollen omdat de dag net begint. ‘Ik heb geen plannen voor vandaag’: woorden die thuis angst inboezemen, maar hier pure vrijheid betekenen. En dan, aan het einde: ‘Wat een geweldige dag!’, terwijl je niet eens weet hoe het allemaal is gebeurd.
✈︎✈︎
Natuurlijk is er ook een keerzijde. De trein die drie uur vertraging heeft terwijl je op een koud perron staat. De bus die te vroeg vertrekt (natuurlijk, net als je een keer op tijd bent). De vlucht die wordt geannuleerd vanwege een vulkaanuitbarsting aan de andere kant van de wereld. Slapen op luchthavens. Douchen bij tankstations.
Ik herinner me een nacht op Charles de Gaulle: gestrande vlucht, gesloten hotels, en daar lag ik dan, op de koude tegelvloer tussen honderden andere reizigers. Mijn rugzak als kussen, luisterend naar de airconditioning en vloeken in tien verschillende talen. Ergens huilde een baby, een groep Spanjaarden deelde hun laatste chips, en pas toen begreep ik dat dit, dit ongemakkelijke, absurde moment, ook reizen was, misschien wel in zijn puurste vorm.
Je portemonnee wordt lichter, je hart wordt voller, je keel wordt hees van het vele praten in cafés waar niemand je kent, maar waar iedereen meezingt. En weet je wat? Die chaos is waar de beste verhalen vandaan komen.
Niemand vertelt verhalen over die vluchten die op tijd landen.
Reizen is stukjes van jezelf achterlaten in elke stad en proberen te vinden wat er in de volgende stad ontbreekt. Het is wakker worden in een lege slaapzaal en beseffen dat iedereen al verder is gegaan naar hun volgende avontuur, terwijl jij nog even wilt blijven op deze plek die steeds meer als thuis begint te voelen.
Maar wat betekent thuis eigenlijk als je constant onderweg bent?
Het is een vreemde paradox: hoe meer plaatsen je leert kennen, hoe minder je weet waar je thuishoort. Thuis is niet langer een adres, maar een gevoel dat je overal kunt hebben en nergens kunt vinden. Je raakt gewend aan het gevoel van ontheemding, aan die lichte desoriëntatie die gepaard gaat met het opnieuw moeten ontdekken waar je bent en wie je hier bent.
✈︎✈︎✈︎
Soms merk je dat je je meer thuis voelt in de keuken van een hostel in Kaapstad dan in je eigen woonkamer. Dat je beter slaapt in een trein die door de Alpen dendert dan in je eigen bed. Een soort heimwee, niet naar een plek, maar naar een manier van zijn. Je mist het gevoel van constante beweging, van niet weten wat er elke dag zal gebeuren, van jezelf steeds opnieuw uitvinden.
Zoals die ochtend in een hostel in Boedapest, toen ik wakker werd en ontdekte dat Maya (het meisje dat de avond ervoor met mij had afgesproken om naar de thermale baden te gaan) al was vertrokken en alleen een briefje op het nachtkastje had achtergelaten: “Bedankt voor het luisteren. Ga naar de baden, het water is perfect voor onze gebroken harten.” Natuurlijk ben ik gegaan. Ik zat daar een uur lang naar het briefje in mijn hand te staren, half glimlachend, half met tranen in mijn ogen. Zo ontstaan en verdwijnen vriendschappen als je op reis bent: intens, oprecht en altijd te kort.
Dat briefje leerde me iets over de aard van de banden die je onderweg sluit. Ze zijn intenser omdat ze eindig zijn, echter omdat er geen tijd is voor oppervlakkigheden. Je deelt in een paar uur meer van jezelf dan thuis in maanden, juist omdat je weet dat het tijdelijk is. Er schuilt een vrijheid in het tijdelijke, een toestemming om volledig jezelf te zijn omdat je morgen weer verder gaat.
✈︎✈︎✈︎✈︎
Het is wanneer niets je aan thuis doet denken, andere geuren, woorden die je niet begrijpt, gezichten die andere verhalen vertellen. En paradoxaal genoeg, wanneer alles je plotseling aan thuis doet denken: een liedje, de manier waarop iemand lacht, de kleur van de lucht vlak voor zonsondergang.
Die momenten van herkenning zijn het meest verwarrend. Je zit in een café in Istanbul en plotseling ruik je de aftershave van je vader. Je hoort een vrouw lachen in een trein in Rome en ze klinkt precies als je beste vriendin. De zon zakt achter de daken van Lissabon en de gele kleur die tevoorschijn komt is precies dezelfde als die avond op het dakterras van je studentenhuis, zoveel jaren geleden. En dan voel je het: dat scherpe gevoel van verlangen naar iets wat je niet eens kunt benoemen.
Misschien is dat wel het echte probleem met reizen.
Het laat je zien hoeveel verschillende versies van thuis er zijn, hoeveel verschillende manieren er zijn om te leven, om lief te hebben, om je dag in te delen. Het maakt je bewust van alle keuzes die je hebt gemaakt en had kunnen maken. Het confronteert je met je eigen kleinheid, maar ook met je grenzeloze mogelijkheden. En als je eenmaal met die mogelijkheden bent geconfronteerd, hoe keer je dan terug naar één enkel leven, één enkele manier van zijn?
✈︎✈︎✈︎✈︎✈︎
Reizen is altijd willen blijven en altijd moeten gaan. Die constante spanning tussen verdergaan en wortels schieten. Tussen nieuwsgierigheid naar wat er om de volgende hoek ligt en de warmte van plekken waar je je al thuis voelt. Het is het besef dat je overal kunt wonen en nergens echt thuishoort, dat elke plek je iets anders geeft en iets anders van je vraagt.Het is “we praten al een uur, maar hoe heet je eigenlijk?”, gevolgd door tranen als je afscheid neemt. En zo vaak dat trieste “Ik wou dat ik je eerder had ontmoet”.
Daarin ligt het antwoord. Niet omdat het niet genoeg is, maar omdat het ons eraan herinnert hoe oneindig rijk de wereld is. Hoeveel er nog te ontdekken valt.
Hoeveel verschillende manieren er zijn om een leven te leiden. Reizen houdt je een spiegel voor: het laat je zien dat de manier waarop je leeft slechts één van de talloze mogelijkheden is. En dat besef is zowel bevrijdend als beangstigend.
Want als je eenmaal weet dat je overal kunt zijn, hoe kies je dan waar je wilt blijven? Als je eenmaal hebt gezien hoeveel verschillende versies van jezelf mogelijk zijn, welke kies je dan? Reizen maakt je bewust van je eigen vrijheid, en vrijheid is het moeilijkste geschenk om te accepteren.
Elke reis eindigt met plannen voor de volgende. Elke thuiskomst met het verlangen om weer te vertrekken. Het is alsof je verslaafd raakt aan die momenten van pure mogelijkheden, aan dat gevoel van ‘alles kan nog gebeuren’ dat je krijgt als je voor het eerst een nieuwe stad binnenloopt, als je nog niets weet over de straten, de gewoonten, de geheimen die zich voor je zullen ontvouwen. Want ergens, in een café aan de andere kant van de wereld, staart iemand anders met dezelfde hongerige blik voor zich uit. Met hetzelfde verlangen naar wat nog komen gaat.
De barman in Praag is nog steeds glazen aan het afdrogen. Over twintig minuten sluit hij, gaat hij naar huis, kruipt hij in zijn eigen bed. Morgen zal iemand zoals ik daar zitten, naar de deur staren, worstelend met dat verlangen om te blijven en te gaan.
Ik kijk in de spiegel achter de bar. Herken je die blik?
Ramon Stoppelenburg
Dit is de Nederlandse vertaling van het originele verhaal gepubliceerd op Somebodyhadtodoit.com.